Selecteer een pagina
Een hele goede dag Krista,

Vandaag mocht ik mee naar het werk van mama. Dat vind ik altijd zo spannend. Ik liep dicht bij mama toen ze de deur opendeed van een groot kantoor. Ik zag daar een groot bureau met een meneer achter de computer zitten die op een witte aap leek. Ik lachte en zei heel lief tegen de meneer, héé, jij lijkt op een aap. Ik kijk hem blij aan maar de meneer kijkt helemaal niet blij. Ik zeg nog blijer, ja, je lijkt echt op een aap, zo met dat haar zo omhoog en heel breed met je armen. De meneer kijkt nu nog bozer.
“Mama waarom kijkt die meneer zo boos naar mij?”
“Lieverd, de meneer vindt het niet netjes dat je zegt dat hij op een aap lijkt.”
“Maar, ik zeg toch niets verkeerd, hij lijkt echt op een aap en ik zeg het ook lief.”
Verdrietig en niet begrijpend loopt hij weer achter mij aan. De meneer riep mij nog na dat het tijd wordt dat ik mijn kinderen ga opvoeden.

Voordat we de volgende ruimte in gaan zeg ik rustig tegen mijn lieve jongen, die de wereld heel anders ziet, dat hij beter niks kan zeggen als we nog meer mensen tegenkomen. Alleen goedemorgen. En ja hoor de lolbroek zegt: “Goedemiddag.” Waarop de reactie komt dat het nog ochtend is.
“Mama mag ik nu wel praten want deze meneer praat wel lief.”
“Wat zou je graag willen zeggen dan, vraag ik?”
“Nou dat deze meneer op een gorilla lijkt.”
De man moet lachen en maakt grapjes dat hij zelf op een olifant lijkt. Hij straalt en praat de rest van de dag alleen nog over de meneer die grapjes maakt dat hij op een olifant lijkt.

Opmerkelijk! Vind je niet? ‘Normale’ mensen denken altijd aan het negatieve wat er op de dag misging en gaan daar nog even over door. Terwijl deze mensen juist kijken naar het positieve en gaan daarover door. We kunnen nog zoveel van autisme leren.

Het kind heeft als gevolg van zijn autistische stoornis moeite met hulp vragen. Immers wat moet hij zeggen? Aan wie? En hoe?

Dat hij zich niet prettig voelt is omdat de wereld voor hem een chaos is die hij niet begrijpt. Dit kan hij alleen maar duidelijk maken door zijn gedrag. Al zijn negatieve gedrag moet je dan ook ‘vertalen’ in een vraag om duidelijkheid en voorspelbaarheid.

Ouders en opvoeders van kinderen met autisme merken meestal al snel dat normale opvoedingsmethoden niet werken bij hun kind. Van straffen, belonen of prijzen leer het kind meestal niet zijn gedrag te veranderen. De ervaring leert dat veel gedragsproblemen verdwijnen als de samenhang van het leven van het kind met autisme wordt aangebracht. Het zal daartoe in staat zijn taken te doen die het eerder niet deed.  Eigenlijk moet ik zeggen: niet kón om dat hij de samenhang niet zag.

Samenhang aanbrengen tussen ogenschijnlijk losse onderdelen in deze ingewikkelde maatschappij is voor ons al moeilijk. Voor een kind met autisme kan het zelfs ondoenlijk zijn.

Veel mensen hebben een agenda om afspraken in te noteren, soms met extra informatie als geheugensteuntje. Zo kun je zien wat je hebt afgesproken. Kinderen met autisme hebben door hun stoornis extra behoefte aan zo’n overzicht. Zij zien dan letterlijk de samenhang binnen de dag of week, en begrijpen uit welke deelhandelingen het WAT (hetgeen zij moeten doen) is opgebouwd. Een speciale agenda en veel gedetailleerder dan de agenda die je zelf gebruikt. De puzzel van 5.

Omdat een kind met autisme op veel momenten nog afhankelijk is van personen in zijn omgeving, kan het voor hem van essentieel belang zijn te weten wie de ander is die hem helpt of wat de ander doet als hij uit het zicht is.
Wat doe ik? Wie is erbij betrokken? Wat doet de ander en is hij consequent in de uitvoering?
Zo nodig wil het kind weten: bij wie kan ik terecht voor hulp tijdens deze taak?’ Het is niet vanzelfsprekend dat het kind zich meldt bij de pleinwacht na een incident, andere kinderen horen dit éénmaal en maken er in het vervolg gebruik van.

Voor menig kind met autisme is het van belang te weten wat een ander doet als hij uit zijn gezichtsveld verdwijnt, en wanneer hij die belangrijke ander weer zal terugzien. Hij moet weten wanneer je weer bij hem terug zal zijn. Benoem dit en koppel dit aan een tijd of activiteit, dan geef je hem duidelijkheid. Bijvoorbeeld: ‘Ik ga naar beneden de telefoon opnemen. Als ik klaar ben met bellen kom ik weer bij jou.’

Urenlang kan hij kijken naar rijdende treinen, de wereld. De chaos, om hem heen ziet hij niet. Of ziet hij wel maar begrijpt hij niet.

Wat kunnen wij toch veel leren van hun rust en hun denken. Hij begrijpt de wereld niet en de wereld begrijpt hem niet. Bescherming en sturing zal altijd nodig zijn. Maar eigenlijk hebben we dat allemaal nodig!